Mind the gap 1

Daar gaan we weer: met het halve gezin voor twaalf dagen op pad. Ierland, ditmaal, met een aantal tussenstops in Engeland. Geen idee waar we eigenlijk precies heen gaan. De laatste weken waren zodanig chaotisch dat ik de hele planning niet helemaal gevolgd heb. Elke dag een nieuw verrassing, dus. Maar dat is ook leuk.

Vandaag ging de reis naar Cambridge. Cambridge is een stad in Engeland. Cambridge heeft een universiteit. En Cambridge wordt al jarenland verkeerd geschreven. Het is namelijk Camebridge. Of zo wordt het althans door de plaatselijke bevolking geschreven.

Camebridge – ik probeer de juiste schrijfwijze te verspreiden – ligt op ongeveer een uur treinen van Londen. Londen is de hoofdstad van Engeland en is bereikbaar vanuit Brussel, per trein, via de kanaaltunnel. Op minder dan twee uur sta je vanuit Brussel in Londen. De wonderen van de technologie, meneer.

Je kan echter ook per boot gaan. Dan ben je een beetje langer onderweg. Als je, ter illustratie, om kwart voor negen (in de ochtend) in Merelbeke om een trein stapt, dan ben je rond middernacht (niet meer in de ochtend) in Camebridge.

Op de zeven uur durende boottocht (van Hoek van Holland tot Harwich – geschreven als sandwich maar dan met een H) heb je echter de mogelijkheid om: naar buiten te kijken, tergend traag satelliet internet te testen, te roken in een acht beaufort westendwind, een hamburger met extra bacon te eten, boonanaza te spelen, tot tweemaal toe te plassen, nog maar naar buiten te wachten tot alle camions van de boot zijn gereden omdat “de voetgangsbrug kapot is en je daarom via het ruim naar buiten moet”.

Oh, en je kan er ook naar de cinema gaan. Als je betaalt, tenminste. Dan kan je er helemaal alleen naar “The Theory of Everything” kijken en hopen dat je zelf nooit vast komt te zitten in je eigen lichaam.

Van Harwich naar Ipswich met de trein en van Ipswich naar Cambridge. Dat is, als ze een trein vinden om je mee te vervoeren. Ipswich leek niet zijn beste dag te hebben vandaag want, hoewel de geautomatiseerde stem het steeds over een trein had die binnenkort zou komen, bleef een omroepster van vlees en bloed ons mededelen dat ze eigenlijk nog steeds geen trein gevonden hadden.

En toen zo’n trein er uiteindelijk kwam, moesten de deuren niet enkel met de hand open gedaan worden; er zat niet eens een klink aan de binnenkant waardoor de uitstappende reizigers hun arm door een raampje moesten steken om de deur te kunnen openen. Gelukkig hingen er aan elke daeddeur instructies over hoe dat precies in z’n werk ging.

Om middernacht (elf uur plaatselijke tijd) dan toch Camebridge binnen gereden. Ingescheckt in de jeugdherberg. De bar in de herberg net gesloten en geen pub in de buurt te bekennen. Dus maar meteen het bed in en schrijvend overdrijven over wat eens mens op zo’n treinreis zoal beleeft.

Londen 2011

Nog maar eens naar Londen dan maar, voor Portishead deze keer. Ik, als onbenullige niet-kenner van deze schitterende band, wist niet goed wat te verwachten, maar écht, wat een ervaring.

Het optreden zelf was een deel van het festival I’ll be your mirror, een evenement georganiseerd door ATP. Portishead zelf was curator en het muzikale gedeelte was in ieder geval overweldigend… Wel, PJ Harvey en Portishead dan toch… Vooral Portishead.

Enkel jammer dat het volledige programma veranderd was en dat dit niet opgenomen was in het boekje, waardoor we twee optredens gewoon volledig gemist hebben. Ook jammer dat het cinema gedeelte nogal ferm samen viel met de muziek, waardoor we de cinema zaal ook gewoon niet gezien hebben. En ja, ook jammer dat een pint £4,00 kostte (welliswaar een pint, maar toch nog steeds vrij prijzig).

En voor de rest, ja, Londen blijft Londen. Parken, museums, muzikanten, metro’s, druk, … Maar deze keer wel bijzonder zonnig!

[salbumphotos=18,144,3,n,n,uploaded_timestamp,center,]

Dank aan Sofie om me mee te nemen!

IJsland: epiloog

8 januari 2011, 17:34, Eurostar, London

Behalve dat we ’s ochtends onze bus gemist hebben en per private bus-expres naar het busstation gevoerd moesten worden; en dat Heleen haar rugzak gecontroleerd is op explosieven en andere gevaarlijkheden, hebben we de vlucht naar London overleefd, zijn we er in geslaagd aldaar een pizza (of spaghetti) te verorberen en op de Eurostar naar Brussel te springen. De laatste etappe van de IJsland reis is aangebroken.

(“Neehehehe, nee, nee, nee” zucht Heleen naast me.)

Enigszins van een kale kermis thuisgekomen; dat Noorderlicht, waar iedereen vol lof over sprak, is kennelijk een verzinsel van mensen die te lang in de zon hebben gestaard. Wij hebben statistisch bewezen dat dit zogenaamde “noorderlicht” niet bestaat; het is eenvoudigweg een manier om toeristen naar het koude IJsland te trekken.

Afgezien van dat gemis was het echter een fantastische reis. De natuur, het uitzicht, de mini-stadjes, boerderijen en zelfs de museums zijn fantastisch, zelfs in de winter. (Over het gezelschap mochten we trouwens ook niet klagen.)

Ik ben ervan overtuigd ooit eens terug te keren – misschien in een ander seizoen – om al dat moois nóg beter te bekijken.

Achteraf gezien was de road-trip van zeven dagen rond het eiland eigenlijk te kort. Nu zou ik er toch minstens tien dagen voor proberen uittrekken, zodat je op enkele stops twee dagen kan blijven. Aan interessante plekjes geen gebrek; we hebben zelfs de volledige West-fjorden moeten overslaan omdat we er geen tijd meer voor hadden (en omdat de wegen erheen erg slecht lagen; in combinatie met een sneeuwstorm durfde ik niet verder).

De reis is ook wat prijziger uitgevallen dan oorspronkelijk verwacht. Met een gemiddelde van ongeveer € 72,00 per dag (alle transport inclusief) is het een tikkeltje duurder dan initieel voorop gesteld. Maar ik heb in ieder geval geen spijt van IJsland!

IJsland, ik zie je nog wel eens in de zomer… of de lente… of de herfst… of terug in de winter. En je kan zien dat je tegen dan wél noorderlicht hebt.

<3

IJsland: dag 15

8 januari 2011, 16:06, Eurostar, London

De laatste dag IJsland (snik!) in uitspraken:

  • “Allez, noorderlicht, doe eens een trucje!” (rond 2u ’s nachts)
  • “Heleen, kom uit u bed.”
    – “Nee.”
  • “Hoe doe je dat vies spul van de Blue Lagoon uit u haar?!”
  • “It’s quite friskes, isn’t it?”
  • “Why didn’t the museum make the door as big as you say?”
    – “Because the church burned down and they could only save about two thirds of the door.”
    “Then why didn’t they make more doors?”
    (Amerikaanse kinderen in het National Museum (500 ISK inkom voor studenten)).
  • “Kijk, Heleen, zo’n Atari heb ik ook.” (in datzelfde museum)
  • “Huh, is dat nu de IJslandse of de Deense vlag?!” (nog steeds in dat museum)
  • “Baldursgata, dat klinkt een beetje als Baldurs gate!”
    (in een straat die betrekkelijk veel op de naam van een computerspel lijkt.)
  • Heleen: “Puffin puffin, puffin puffin puffin” (zingend).
    – “Nee-hee, ’t is ‘pappegaaienduiker’!”
  • “Viking; dat smaakt naar Heiniken. Bah.”
  • Muziekant in café Prikid:
    “There are the foreigners!”
    – “But we come in peace!”
    “Hah, you will leave in pieces!”
    (ware vikingstaal.)
  • “Do you know Deus” (diezelfde muzikant)
    – “Of course!” (wij.)
    “Here is a song for our special Belgian friends!”
    (gevolgd door Little Euritmatics – Deus)
  • “Ik ben een Viking… Arr.”
    – “Volgens mij zijn dat piraten.”
    “Arr.”
  • “Wacht ze, ik snap het niet… Eerst was IJsland onafhankelijk, dan was het van Noorwegen… en plots van Denemarken?!”
    – “Dat is omdat Denemarken en Noorwegen met elkaar getrouwd zijn.”
    “Oh.”
  • *burp* (= ongeveer hoe je “Höfn” uitspreekt in het IJslands).
    – “Nee, daar komen we van.”
  • Heleen: “It’s soo fluffy!” (op Thijs z’n trui die “overdreven extreem zacht is”)
  • “Misschien ben ik een beetje tipsy. Vier op tien ofzo.”
  • “850 kronen is toch eigenlijk niet zo veel voor een halve liter…”
    – “… Heiniken.”
  • “Sinds het begin van de jaren 1240 is he ….”
    – “Watte?”
    “Dajenoerzijt!”
  • “Zit eens stil!” (tegen Heleen nadat ze een tas koffie op had.)
  • “One schnaps please.”
    – “What kind of schnaps?”
    “An Icelandic kind of course!”
    (even later…)
    “Yucky. Munt met dropsmaak ofwa?!”
  • “Over drie uur moeten we opstaan en de bus halen.”
    – “Nee. Ik wil niet.”
  • “Misschien is dat daar noorderlicht.”
    – “Misschien. Maar ik denk ’t niet.”
    “Ik beslis dat dat noorderlicht is.”
  • “Stom noorderlicht.”
  • “Misschien gaan we morgen noorderlicht zien terwijl we opstijgen.”
    – “Misschien.”

IJsland: dag 14

6 januari 2011, 20:03, The Capital Inn, Reykjavik

De Blue Lagoon. 7400 ISK (€ 49,33) voor ingangsprijs en busticket vanaf een hotel in Reykjavik. Het is een spa die uiteindelijk eigenlijk enkel bestaat uit een groot meer dat gevoed wordt door warm water van een naburige elektriciteitscentrale (geothermisch uiteraard – this is Iceland!), een sauna en stoombad, een cafetaria en een restaurant.

Toegegeven, het is vrij indrukwekkend te zwemmen in temperaturen onder de nul, met zware windvlagen en zelfs een sneeuwstorm. En het decor kan ook enkel in schoonheid beschreven worden: rondom het meer zijn enkel lavarotsen te zien. Het geheel doet wat onaards aan, het lijkt een beetje alsof je op mars een duikje in een lekker warm meer neemt.

Wij daarheen dus. Een bus van Reykjavik Excursions is ons om half elf komen afhalen aan het hotel, netjes op tijd. De rit naar de Blue Lagoon duurde een klein uurtje en even later zaten we al in de kleedkamers. In de lagoon gelden dezelfde regels als in elk IJslands zwembad – of in andere woorden: broek af en alles eens grondig wassen voor je binnen gaat. Maar een klein ogenblik later zit je in dat warme water en ben je al die narigheid en vreemde toestanden al helemaal vergeten.

Om eerlijk te zijn ben ik niet zo heel erg onder de indruk van de Blue Lagoon. Okay, het ziet er allemaal wel heel erg mooi uit, maar zowel de inkom (€ 28,00 zonder vervoer) als het restaurant zijn behoorlijk prijzig. Bovendien is het binnen niet meteen de luxe die ze op de website laten uitschijnen; het gaat natuurlijk niet om een eenvoudig zwembad, maar een luxe spa is het nu ook weer niet.

Als je bedenkt dat we vorige week 250 ISK uitgegeven hebben om te zwemmen in het stedelijk zwembad dat óók buiten was en óók warm was (en bovendien een glijbaan had!), is € 28,00 misschien net dat tikkeltje overdreven.

Maar goed, we hebben ons geamuseerd. Bovendien is de Lagoon de populairste attractie bij toeristen; we zouden ons dus geen deftige toerist mogen noemen hadden we er niet heen gegaan. Het blijft een vreemd gevoel zijn om je haar te voelen bevriezen terwijl ’t lijfje in een aangename 40°C vertoeft – je hoofd af en toe onderdompelen is de boodschap.

Wegens te lang douchen hebben we de bus gemist, maar één telefoontje naar Reykjavik Excursions en we hadden een reservatie op de volgende. Een prima service – we kregen zelfs excuses omdat ze slechts een kwartier op ons gewacht hadden.

Ps.: Dankzij de helende krachten van het water in de lagoon heb ik nu een baby-zacht velletje. Voelen kan op afspraak.

Stom noorderlicht. Ik geloof niet meer in jou.