IJsland: epiloog

8 januari 2011, 17:34, Eurostar, London

Behalve dat we ’s ochtends onze bus gemist hebben en per private bus-expres naar het busstation gevoerd moesten worden; en dat Heleen haar rugzak gecontroleerd is op explosieven en andere gevaarlijkheden, hebben we de vlucht naar London overleefd, zijn we er in geslaagd aldaar een pizza (of spaghetti) te verorberen en op de Eurostar naar Brussel te springen. De laatste etappe van de IJsland reis is aangebroken.

(“Neehehehe, nee, nee, nee” zucht Heleen naast me.)

Enigszins van een kale kermis thuisgekomen; dat Noorderlicht, waar iedereen vol lof over sprak, is kennelijk een verzinsel van mensen die te lang in de zon hebben gestaard. Wij hebben statistisch bewezen dat dit zogenaamde “noorderlicht” niet bestaat; het is eenvoudigweg een manier om toeristen naar het koude IJsland te trekken.

Afgezien van dat gemis was het echter een fantastische reis. De natuur, het uitzicht, de mini-stadjes, boerderijen en zelfs de museums zijn fantastisch, zelfs in de winter. (Over het gezelschap mochten we trouwens ook niet klagen.)

Ik ben ervan overtuigd ooit eens terug te keren – misschien in een ander seizoen – om al dat moois nóg beter te bekijken.

Achteraf gezien was de road-trip van zeven dagen rond het eiland eigenlijk te kort. Nu zou ik er toch minstens tien dagen voor proberen uittrekken, zodat je op enkele stops twee dagen kan blijven. Aan interessante plekjes geen gebrek; we hebben zelfs de volledige West-fjorden moeten overslaan omdat we er geen tijd meer voor hadden (en omdat de wegen erheen erg slecht lagen; in combinatie met een sneeuwstorm durfde ik niet verder).

De reis is ook wat prijziger uitgevallen dan oorspronkelijk verwacht. Met een gemiddelde van ongeveer € 72,00 per dag (alle transport inclusief) is het een tikkeltje duurder dan initieel voorop gesteld. Maar ik heb in ieder geval geen spijt van IJsland!

IJsland, ik zie je nog wel eens in de zomer… of de lente… of de herfst… of terug in de winter. En je kan zien dat je tegen dan wél noorderlicht hebt.

<3

IJsland: dag 15

8 januari 2011, 16:06, Eurostar, London

De laatste dag IJsland (snik!) in uitspraken:

  • “Allez, noorderlicht, doe eens een trucje!” (rond 2u ’s nachts)
  • “Heleen, kom uit u bed.”
    – “Nee.”
  • “Hoe doe je dat vies spul van de Blue Lagoon uit u haar?!”
  • “It’s quite friskes, isn’t it?”
  • “Why didn’t the museum make the door as big as you say?”
    – “Because the church burned down and they could only save about two thirds of the door.”
    “Then why didn’t they make more doors?”
    (Amerikaanse kinderen in het National Museum (500 ISK inkom voor studenten)).
  • “Kijk, Heleen, zo’n Atari heb ik ook.” (in datzelfde museum)
  • “Huh, is dat nu de IJslandse of de Deense vlag?!” (nog steeds in dat museum)
  • “Baldursgata, dat klinkt een beetje als Baldurs gate!”
    (in een straat die betrekkelijk veel op de naam van een computerspel lijkt.)
  • Heleen: “Puffin puffin, puffin puffin puffin” (zingend).
    – “Nee-hee, ’t is ‘pappegaaienduiker’!”
  • “Viking; dat smaakt naar Heiniken. Bah.”
  • Muziekant in café Prikid:
    “There are the foreigners!”
    – “But we come in peace!”
    “Hah, you will leave in pieces!”
    (ware vikingstaal.)
  • “Do you know Deus” (diezelfde muzikant)
    – “Of course!” (wij.)
    “Here is a song for our special Belgian friends!”
    (gevolgd door Little Euritmatics – Deus)
  • “Ik ben een Viking… Arr.”
    – “Volgens mij zijn dat piraten.”
    “Arr.”
  • “Wacht ze, ik snap het niet… Eerst was IJsland onafhankelijk, dan was het van Noorwegen… en plots van Denemarken?!”
    – “Dat is omdat Denemarken en Noorwegen met elkaar getrouwd zijn.”
    “Oh.”
  • *burp* (= ongeveer hoe je “Höfn” uitspreekt in het IJslands).
    – “Nee, daar komen we van.”
  • Heleen: “It’s soo fluffy!” (op Thijs z’n trui die “overdreven extreem zacht is”)
  • “Misschien ben ik een beetje tipsy. Vier op tien ofzo.”
  • “850 kronen is toch eigenlijk niet zo veel voor een halve liter…”
    – “… Heiniken.”
  • “Sinds het begin van de jaren 1240 is he ….”
    – “Watte?”
    “Dajenoerzijt!”
  • “Zit eens stil!” (tegen Heleen nadat ze een tas koffie op had.)
  • “One schnaps please.”
    – “What kind of schnaps?”
    “An Icelandic kind of course!”
    (even later…)
    “Yucky. Munt met dropsmaak ofwa?!”
  • “Over drie uur moeten we opstaan en de bus halen.”
    – “Nee. Ik wil niet.”
  • “Misschien is dat daar noorderlicht.”
    – “Misschien. Maar ik denk ’t niet.”
    “Ik beslis dat dat noorderlicht is.”
  • “Stom noorderlicht.”
  • “Misschien gaan we morgen noorderlicht zien terwijl we opstijgen.”
    – “Misschien.”

IJsland: dag 14

6 januari 2011, 20:03, The Capital Inn, Reykjavik

De Blue Lagoon. 7400 ISK (€ 49,33) voor ingangsprijs en busticket vanaf een hotel in Reykjavik. Het is een spa die uiteindelijk eigenlijk enkel bestaat uit een groot meer dat gevoed wordt door warm water van een naburige elektriciteitscentrale (geothermisch uiteraard – this is Iceland!), een sauna en stoombad, een cafetaria en een restaurant.

Toegegeven, het is vrij indrukwekkend te zwemmen in temperaturen onder de nul, met zware windvlagen en zelfs een sneeuwstorm. En het decor kan ook enkel in schoonheid beschreven worden: rondom het meer zijn enkel lavarotsen te zien. Het geheel doet wat onaards aan, het lijkt een beetje alsof je op mars een duikje in een lekker warm meer neemt.

Wij daarheen dus. Een bus van Reykjavik Excursions is ons om half elf komen afhalen aan het hotel, netjes op tijd. De rit naar de Blue Lagoon duurde een klein uurtje en even later zaten we al in de kleedkamers. In de lagoon gelden dezelfde regels als in elk IJslands zwembad – of in andere woorden: broek af en alles eens grondig wassen voor je binnen gaat. Maar een klein ogenblik later zit je in dat warme water en ben je al die narigheid en vreemde toestanden al helemaal vergeten.

Om eerlijk te zijn ben ik niet zo heel erg onder de indruk van de Blue Lagoon. Okay, het ziet er allemaal wel heel erg mooi uit, maar zowel de inkom (€ 28,00 zonder vervoer) als het restaurant zijn behoorlijk prijzig. Bovendien is het binnen niet meteen de luxe die ze op de website laten uitschijnen; het gaat natuurlijk niet om een eenvoudig zwembad, maar een luxe spa is het nu ook weer niet.

Als je bedenkt dat we vorige week 250 ISK uitgegeven hebben om te zwemmen in het stedelijk zwembad dat óók buiten was en óók warm was (en bovendien een glijbaan had!), is € 28,00 misschien net dat tikkeltje overdreven.

Maar goed, we hebben ons geamuseerd. Bovendien is de Lagoon de populairste attractie bij toeristen; we zouden ons dus geen deftige toerist mogen noemen hadden we er niet heen gegaan. Het blijft een vreemd gevoel zijn om je haar te voelen bevriezen terwijl ’t lijfje in een aangename 40°C vertoeft – je hoofd af en toe onderdompelen is de boodschap.

Wegens te lang douchen hebben we de bus gemist, maar één telefoontje naar Reykjavik Excursions en we hadden een reservatie op de volgende. Een prima service – we kregen zelfs excuses omdat ze slechts een kwartier op ons gewacht hadden.

Ps.: Dankzij de helende krachten van het water in de lagoon heb ik nu een baby-zacht velletje. Voelen kan op afspraak.

Stom noorderlicht. Ik geloof niet meer in jou.

IJsland: dag 13

5 januari 2011, 22:01, The Capital Inn, Reykjavik

Een kalm dagje vandaag. Om half tien opgestaan, ontbeten en daarna de auto binnen gedaan. Hoewel we een wieldop verloren waren, heeft men ons verteld dat er geen extra kosten zouden aangerekend worden. Momenteel zijn we dus erg gelukkig met de car rental service van Sad Cars.

Na het emotionele afscheid met de auto zijn we te voet naar Perlan getrokken; gelukkig maar een kleine halve kilometer. Zoals eerder beschreven is Perlan een restaurant / museum / uitzicht punt gebouwd in de belangrijkste warmwatercentrale van Reykjavik. Op de bovenste etage bevindt zich het (prijzig) restaurant; bovendien is de etage gebouwd op een roterend vlak zodat de gasten op twee uur tijd het volledige uitzicht kunnen bezichtigen zonder ook maar één spier te bewegen.

Het restaurant was uiteraard wat te prijzig, dus hielden we het op een middagmaal van een soepje (Heleen nam uiteraard een stukje chocoladetaart als middagmaal) in de (véél goedkopere, doch nog steeds prijzige) cafetaria. De cafetaria, die zich één etage onder het restaurant bevindt, draait helaas niet rond, maar op het terras kan je nog steeds genieten van een prachtig uitzicht op Reykjavik.

Na het soepje terug naar beneden, naar het Saga museum dat zich in één van de waterreservoirs bevindt – het water is er uiteraard uitgehaald. Ook het museum is relatief prijzig (1000 ISK per persoon), maar het is wel leuk om een beeld te krijgen van de IJslandse “geschiedenis” (of toch de sagen die erover overgebleven zijn).

Daarna op naar Reykjavik city, waar we onze kennis van de IJslandse geschiedenis nog wat hebben uitgebreid door het “Reykjavik 871 ± 2 Settlement Museum” (1000 ISK per persoon, 500 ISK voor studenten). Het museum is ondergronds gebouwd rond de overblijfselen van de oudste archeologische vondst van Reykjavik: een huis van minstens vóór 871 ± 2 (na Christus). Deze erg specifieke datum is berekend omdat er asresten van een vulkanische uitbarsting in 871 ± 2 in de muren gevonden zijn; wat betekent dat zij toen al gebouwd waren. De datering van de uitbarsting is dan weer mogelijk geworden doordat dezelfde asresten ook in de het ijs van gletsjers gevonden is. Elk jaar komt er een laagje ijs bij, datering is dus bijna even simpel als het tellen van de jaren van een boom.

Het Settlement museum heeft een heleboel indrukwekkende technische snufjes en is bijzonder interactief, het was dus een erg leuke ervaring voor technische nerds als ik. (Als iemand me kan uitleggen hoe de interactieve tafel op het einde werkt, ik snap het niet!)

Daarna een hamburger in de beste hamburgertent van Reykjavik (of toch volgens mij) naast de Tabasco’s, gevolgd door een dubbele koffie in Prikid, één van de oudste cafés in Reykjavik.

Afsluiten met Indiana Jones op BBC One; en morgen gaan we baden in de Blue Lagoon.

Bewolkt. Geen noorderlicht.

IJsland: dag 12

5 januari 2011, 22:32, The Capital Inn, Reykjavik

Terug naar Reykjavik dan maar. Akranes ligt slechts een 50tal kilometer van Reykjavik, maar je moet wel even door de toltunnel Hvalfjarðargöng (900 ISK) die pas in 1998 opengegaan is. De tunnel zit op z’n diepste punt 165m onder de zeespiegel (spannend!) en is 5,5 km lang. (Je kan ook een omweg nemen, maar het kost praktisch meer benzine; bovendien zijn tunnels de max.)

In Reykjavik aangekomen zijn we eerst even naar het winkelcentrum gegaan omdat Heleen daar een cadeautje voor mij wou kopen (een vikingshelm – zij het eentje van plastiek). Een hapje eten daar en dan op naar ’t centrum van Reykjavik om daar nog wat te toeristen.

Het Reykjavik art museum “Hafnarhus“toont wisselende exposities; een collagecollectie van de IJslandse kunstenaar Érro (een grote fan van Amerikaanse comics), ietwat vreemde werken van de Noorse beeldend kunstenaar Gardar Eide Einarsson (zwart/witte versies van verkeerskegels en andere vreemdigheden) en een héél vreemde opname van meeuwen die visresten verslinden in open zee (Bjarni, IJslands kunstenaar).

Terug naar het hotel, even gerust en – rond half één ’s nachts – op noorderlicht-jacht. We zijn de stad uitgereden op zoek naar een rustig plekje (Reykjavik is wel erg verlicht), maar het enige dat we vonden was een open sterrenhemel met een heleboel vallende sterren. Helaas geen noorderlicht gevonden, hoewel de zonneactiviteit 2 (“low”) zou moeten zijn. Overmorgen wordt 3 (“moderate”) verwacht, laat ons hopen dat we het dan toch eens zien.

Ik wil m’n geld terug als ik niet rap noorderlicht zie.