Over ezels en stenen

Hij lijkt weer maar eens niet te lukken.

Het concept zat goed – dacht ik. En de uitwerking viel ook best wel mee. Niet het niveau dat ik wilde behalen, maar toch een beetje in de buurt. En technisch best wel meesterwerkjes, als zeg ik het zelf.

En er waren de subsidies, een mooie duw in de rug. En de IBO, met daarna de jobkorting. En er was het team. Een jong team, maar desalniettemin een team. Een prachtig team vol gemotiveerde mensen. En er was een concept, en het was uitbreidbaar, en schaalbaar, en … wie houdt nu niet van een quizje af en toe?

Er was motivatie. Er was drijfweer. Er waren nachtelijke meetings, met drank en spel, maar ook met drieste arbeid. Er was optimisme, want we hadden een goed product. En een leuk product! Een groep mensen meer dan twee uur bezig houden – ook al zijn het vrienden – is een prestatie, toch?

Morgen ga ik naar een team event van m’n werk. We gaan ontbijten. We zullen vast in onze handjes klappen omdat de mensen van het employee success team de boel zo goed georganiseerd heeft. En na het ontbijt volgt nog een verrassing. En pintjes ’s avonds. Het is niet mis.

Maar het is weer veertig uur m’n kloten afdraaien om de droom van een ander waar te maken. De droom van iemand die er wel in slaagde zijn gat in een markt te vinden.

M’n kloten afdraaien om de afbetalingen van m’n huis te kunnen blijven doen, en om m’n beloftes naar m’n mensen – en de VDAB – niet te verbreken. En toch elke maand een (klein) stukje dieper wegzakken, omdat onderhandelen over de prijs ook nooit m’n sterkste kant is geweest; of eerder omdat het allemaal wel erg dringend begon te worden…

Nog drie maand geven we onszelf; ofja, nog drie maand geeft mijn boekhouding ons nog. Dagen op ’t werk, nachten thuis. Tractie vinden of breken; budget om te pivoteren is er niet meer.

Schoenmaker, blijf bij je leest; programmeur, blijf bij je computer. En toch had ik gehoopt dat het met wat mindere soft skills ook zou lukken.

Jammer.

Mind the gap 1

Daar gaan we weer: met het halve gezin voor twaalf dagen op pad. Ierland, ditmaal, met een aantal tussenstops in Engeland. Geen idee waar we eigenlijk precies heen gaan. De laatste weken waren zodanig chaotisch dat ik de hele planning niet helemaal gevolgd heb. Elke dag een nieuw verrassing, dus. Maar dat is ook leuk.

Vandaag ging de reis naar Cambridge. Cambridge is een stad in Engeland. Cambridge heeft een universiteit. En Cambridge wordt al jarenland verkeerd geschreven. Het is namelijk Camebridge. Of zo wordt het althans door de plaatselijke bevolking geschreven.

Camebridge – ik probeer de juiste schrijfwijze te verspreiden – ligt op ongeveer een uur treinen van Londen. Londen is de hoofdstad van Engeland en is bereikbaar vanuit Brussel, per trein, via de kanaaltunnel. Op minder dan twee uur sta je vanuit Brussel in Londen. De wonderen van de technologie, meneer.

Je kan echter ook per boot gaan. Dan ben je een beetje langer onderweg. Als je, ter illustratie, om kwart voor negen (in de ochtend) in Merelbeke om een trein stapt, dan ben je rond middernacht (niet meer in de ochtend) in Camebridge.

Op de zeven uur durende boottocht (van Hoek van Holland tot Harwich – geschreven als sandwich maar dan met een H) heb je echter de mogelijkheid om: naar buiten te kijken, tergend traag satelliet internet te testen, te roken in een acht beaufort westendwind, een hamburger met extra bacon te eten, boonanaza te spelen, tot tweemaal toe te plassen, nog maar naar buiten te wachten tot alle camions van de boot zijn gereden omdat “de voetgangsbrug kapot is en je daarom via het ruim naar buiten moet”.

Oh, en je kan er ook naar de cinema gaan. Als je betaalt, tenminste. Dan kan je er helemaal alleen naar “The Theory of Everything” kijken en hopen dat je zelf nooit vast komt te zitten in je eigen lichaam.

Van Harwich naar Ipswich met de trein en van Ipswich naar Cambridge. Dat is, als ze een trein vinden om je mee te vervoeren. Ipswich leek niet zijn beste dag te hebben vandaag want, hoewel de geautomatiseerde stem het steeds over een trein had die binnenkort zou komen, bleef een omroepster van vlees en bloed ons mededelen dat ze eigenlijk nog steeds geen trein gevonden hadden.

En toen zo’n trein er uiteindelijk kwam, moesten de deuren niet enkel met de hand open gedaan worden; er zat niet eens een klink aan de binnenkant waardoor de uitstappende reizigers hun arm door een raampje moesten steken om de deur te kunnen openen. Gelukkig hingen er aan elke daeddeur instructies over hoe dat precies in z’n werk ging.

Om middernacht (elf uur plaatselijke tijd) dan toch Camebridge binnen gereden. Ingescheckt in de jeugdherberg. De bar in de herberg net gesloten en geen pub in de buurt te bekennen. Dus maar meteen het bed in en schrijvend overdrijven over wat eens mens op zo’n treinreis zoal beleeft.

De Eerste Pitch

Verdwaald in Brussel. Gisteren nacht tot de late uurtjes gepoogd een vlekkeloze demo versie op te zetten van QuizWitz (de nieuwe naam waaronder QuizTed nu door het leven gaat), en nu met kleine oogjes de instructies van Google Maps proberen volgen. Twee keer de verkeerde straat inrijden, om dan eindelijk, na wat gesukkel, de ingang van de parking te vinden.

Het raampje van m’n oude Mazda kreunt terwijl het langzaam naar beneden rolt – dat moet ik nog steeds eens laten nakijken. “Thijs Van der Schaeghe, ik heb een afspraak om 14u.” De slagboom zwaait open en ik mag de parking van het imposante gebouw binnen rijden.

Twee man en een paardenkop, dat is wat ik verwacht op deze meeting. Niet eens echt mijn idee, om QuizWitz op deze manier aan de man te brengen, maar een communicatiebureau zag graat en heeft ons uitgenodigd. Niet om eerst even bij hen een demo te geven; het is meteen bij de grote jongens te doen.

Aan de receptie een badge halen. Eéntje voor mij, géén voor mijn collega Ken, waarvan men de naam is vergeten doorgeven. Er wordt wat over en weer gebeld. Ken krijgt uiteindelijk toch een badge.

We worden naar een grote vergaderzaal geleid. De opzet verloopt moeizaam; ik merk dat mijn laptop geen VGA uitgang meer heeft. Ik kan een laptop van het communicatiebureau gebruiken en sukkel wat met het totaal herconfiguren van het lokaal netwerk dat ik voor de gelegenheid opgezet had. Het duurt een half uur voor ik ontdek dat de mini-displayport adapter, die voor de Macbook van het communicatiebureau gebruikt werd, ook gewoon op mijn laptop werkt. Twintig minuten stress voor niets.

Er begint volk toe te stromen. Eerst een paar mensen van internet communicatie, dan wat mensen van externe communicatie. En dan nog wat mensen van een ander departement. En nog meer mensen van nog een ander departement. De twee man en een paardenkop, die ik verwacht had, blijken uiteindelijk een twintig tal mensen van zes verschillende departementen te zijn. En ik ben vrijwel meteen vergeten wat iedereen er doet.

Het communicatiebureau introduceert ons en legt het project uit. Ik wacht gespannen af tot wij onze demo moeten geven. Ik beantwoord vragen en schrijf gretig opmerkingen en ideeën neer. Terwijl ik moet laten blijken dat onze business package deal al grotendeels op punt staat, vormen deze opmerkingen meteen ideeën voor features die we niet voorzien hadden. Leuk, zeker nu de scope nog eenvoudig te veranderen is.

De demo verloopt bijna desastreus. Nog op de valreep ontdek ik een kleine bug die de realtime server simpelweg doet crashen; waarschijnlijk het resultaat van m’n nachtelijk getokkel. Ik probeer ‘m op te lossen zonder dat iemand het merkt. En dan begint de wifi ook nog te haperen…

Iets in me roept luid dat het genoeg geweest is. Dat het misschien beter is om gewoon de excuses aan te bieden en stilletjes te verdwijnen. Maar daarvoor is het te laat…

Met ongeveer de helft van de aanwezigen kunnen we na even prutsen dan toch een spelletje spelen. Ik kan me amper concentreren op wat er gezegd wordt, ik zit naar de console te staren en hoop dat de boel nu niet meer crasht. De pleisters die ik stiekem geplakt had houden echter en ik zucht bijna luidop van oplichting als ik eindelijk het eindscherm zie. En de winnaar van het spelletje maakt zichzelf bekend.

Nog wat vragen, sommige technisch, anders conceptueel. Ik wil eigenlijk alleen maar naar buiten. Een sigaret, dat wil ik. En naar huis rijden. En misschien nog even stoppen aan de Quick. Maar in ieder geval weg uit dit gebouw.

De vergadering loopt ten einde terwijl het verlangen om te ontsnappen groeit. Ik blijf bij mezelf denken wat een verschrikkelijk idee het ook was om onze eerste salespitch voor zo’n mastodontisch bedrijf te doen. Waarom we niet bij een kleine KMO begonnen zijn. Waarom we dit concept eigenlijk b2b willen brengen. Waarom ik niet gewoon webdeveloper ben gebleven…

Het communicatiebureau is voorzichtig positief. Misschien draait QuizWitz binnenkort op honderden schermen van mensen die nooit wat met CatLab te maken zullen hebben. De mensen van het communicatiebureau vragen of we het aan zullen kunnen.

Ik probeer zelfzeker te bevestigen – we mikken op honderd duizenden gebruikers, alle systemen zijn horizontaal schaalbaar en we hebben de expertise om het waar te maken; maar eigenlijk denk ik enkel aan het vluchten en de hamburger die ik meen verdiend te hebben. En even heb ik er helemaal geen zin meer in en zou ik liever weg blijven uit het hele b2b verhaal.

Een tweede afscheid, een handdruk, een belofte dat we snel een follow up email zullen sturen. En dan eindelijk buiten. Eindelijk een sigaret. En een half uurtje file-rijden later eindelijk die hamburger. En de belofte aan mezelf dat de volgende pitch voor een kleiner bedrijf zal zijn.

QuizTed: why so serious?

S2013.04.20 quiztedo it’s been almost two years since I thought it would be nice to develop a small quiz game. A game where questions would be shown on a big screen and where players would compete using their cellphones. A two week feat, I initially thought. Something simple. Socket.io, html5, some nice design slapped on top of it, and done.

Now we’re almost two years later and the project has grown from a quick proof of concept to a full fledged indie game. A project with budgets and market research and marketing and pr and distribution and apps and builds and steam and employees and partnerships and trademark issues and …

Oh, and a €40k subsidy from the Flemish government. Yay. A blessing, for sure. With this subsidy we raise the quality of the game to something that is actually worthy of some money (I hope). With it we can build the community framework that this game desperatly needs. And most of all, with this subsidy I can finally give this project all my attention.

titelschermt_V_2.0It’s already half a year ago that I’ve assembled my little QuizTed team. All 3 of them students. Ken, our marketing guy and manager-of-everything, Yannick our second code monkey and Katia, our design guru. A summer of developing, and afterwards we’d see what happens.

I had some money to spare and I really wanted to make this one work, so I just went for it. I had no idea if I’d make back the investment, and honestly I didn’t really care that much. I just wanted to make something awesome, something that I could play with friends. And these guys would help me make that possible for the price of a modest car. And it would be tax deductable…

Summer ended and the project had grown some more. We would implement a unique soundtrack, so I hired two student-composers, Michaël and Pieterpauwel who composed one for us. We would do voice over commentary, so I looked into voice artists. And the graphics would have to be amazing, so Jolanda drew something nice for us.

And suddenly I wasn’t developing a game anymore; I was managing a project.

Summer ended and the funds ran out, but the team stayed. The subsidy request was filed. Questions about full time positions were raised, but all I could say was: “I don’t know, it depends on the subsidy”. And even in this uncertainty, we kept working, and I’m unbelievably proud and thankful for everything we have achieved already.

And now the subsidy is granted. And I’m happy for that, really. I’m very happy.

uitwerking_characters_v2But now, when I lay awake at night, I’m not thinking about cool features anymore. I’m not thinking about game concepts or changes I could make to our open source libraries. I think about how I’m going to spend that money in a way that we can make this project work.

I’m thinking about how I can reward each team member for their unbelievable awesome efforts, without bringing the budget at risk. I’m wondering how the hell I’m going to resolve these trademark issues. I’m wondering if I should do most of the coding myself, or if I should spent a cut of the budget on a second developer. And are people really waiting for a cross platform quiz game?

We’ve started on this road and there really is no going back. This time it will work. This time we have a solid project. This time there is this bunch of really awesome people who want to see this game succeed as much as I do. So time to get smart, damnit, and go kick some ass.

But if this one fails… what then? I just hope I don’t have to write a post mortem soon…

Alle begin?

Dinsdag nacht, kwart voor één. Ik zit naar m’n code te staren zonder dat ik in het laatste half uur eigenlijk ook maar enige vooruitgang heb geboekt. Op de achtergrond Lindsey Stirling, geen kwalitatieve muziek, maar het neemt me terug naar tijden toen ik op een Parijs’ balkon sigaretten zat te roken en me zat af te vragen wat ik die avond in godsnaam zou doen.

Ze heeft wel een lekker lijf, die Lindsey…

Nog eventjes doordoen, de deadline is morgen, en met het geld dat ik met dit project binnen haal kan ik de jobstudenten ook in september aanhouden. Nog even persen, ook al heb ik al uren totaal geen zin meer. September, dat is de goal. Met september erbij kunnen we het sociale aspect van de quizgame ook afwerken, denk ik… hoop ik. Want na september wordt het moeilijk.

Ze doet me denken aan dat meisje dat me liet zitten omdat ik geen tijd meer voor haar had, die Lindsey. Een beetje hetzelfde haar, een beetje dezelfde teruggetrokken kin…

’t Is nu dat het moet gebeuren, toch? Ik ben bijna dertig. Als het nu niet gebeurt, dan gebeurt het nooit meer. Dan moet ik me terugtrekken en achtendertig uur per week mijn kloten afdraaien voor een baas. Hoewel… is dat eigenlijk niet beter? Ik weet niet meer hoe lang het geleden is dat ik na achtendertig uur kon zeggen: zo, het is weekend.

Keuzes maken, heet dat, denk ik. De keuze voor een eenvoudiger leven. Niet dat wat ik nu doe geen voordelen heeft, en ik wil geenszins klagen over mijn bestaan. Het mag, gewoon, soms eventjes rustiger.

Ik glij langzaam van de slippery slope van de klagende zelfstandige.
En moeten zij er maar niet gewoon mee stoppen?

Misschien moet ik dat meisje nog maar eens bellen.