Ode aan mijn linker voet

Gij, die mij naar ov'ral draagt.
En, in ruil, slechts schoenen vraagt
en, eenmaal daags, een verse sok
opdat uw geur zich 't licht onttrok.

Gij, die mij van hoog naar laag
deed springen, op die tafe'len daar
in d' overpoort of aan't blandijn
waar nog veel schoon voetjes zijn.

't Is dus met spijt, en met een smak
dat ik vakkundig, met gemak
je over de asfalt liet slepen
en je zo je kracht deed meten
met de straat, die met een knak
een stukje van je enkel brak.

En, tot mijn spijt, moet jij je wreken
door m'n zenuwen open te breken
M'n hart verstommen met helse pijn.
(Dus zo voelt het emo te zijn).

Opdat ik nooit nog zou vergeten
dat je dierbaar voetje breken
niet zo'n goed idee kan zijn.

Leave a comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *